Walnoot, lariks, sparretjes
Vanmorgen las ik een gemailde uiteenzetting die begon met een walnoot. Hoe 'wal' afkomstig is van het oude Germaanse woord voor vreemd of vreemdeling. Een vreemde noot, van een ooit niet inheemse boom. En dat Wales zo genoemd werd door hun buren, 'de vreemdelingen', maar dat ze zichzelf Cymry noemden: landgenoten.
Ook al zijn woorden spreuken, soms moet het even zijn wat ik voel dat het is. Deze nieuwe aanplant geeft me het gevoel van lariks, van zacht en wollig en van kleur in de herfst. Van dichterbij leek het niet zo te zijn, maar dat het jonge sparretjes waren. We besloten dat we het toch lariks zouden noemen. In elk geval zouden we de zonnekracht van deze overvloed aan kleine jonge lariksjes met ons mee dragen.
Nu op de foto denk ik dat het toch lariks was, als ik naar de lagere naalden kijk. Ach, welke boom het ook is, ik noem hem graag een landgenoot.
CW/2026jan
/ | \

