Stutten van bomen: ja of nee?
In Bomennieuws, het tijdschrift van de Bomenstichting, editie zomer 2026, stond een interessant artikel 'De zin en onzin van stutten' van Henry Kuppen, boomabassadeur bij Terra Nostra. Geïllustreerd door foto's van de meest kunstige stutten, bespreekt hij de moeilijkheden en het nut van het stutten van bomen. Ik stelde de vraag over stutten ook aan bomensjamaan Dusty Miller XIV. Hier zijn in het kort hun bevindingen.
De zin en onzin van stutten
Bomen groeien. Van nature zijn er bomen die prima overweg kunnen met het laten vallen van (grote) takken of met het scheefzakken van de totale boom. De Catalpa bijvoorbeeld, laat op late leeftijd (honderd jaar) zijn kruin scheefzakken, soms zo geleidelijk dat de hele wortelkluit in de bodem blijft en meedraait. Als onderdeel van het natuurlijke proces van ouder worden, laten andere bomen zware gesteltakken vallen, zodat ze nog wat ouder (veteraanboom) kunnen worden. Het zijn vaak de cultivars die bij overgrootte hun takken of gestel niet goed kunnen dragen.
Een stut wordt gebruikt om het kiepen van een boom of het breken van delen ervan, te vermijden. De stut (denk aan materialen en onderhoud daarvan) staat vast op of in de grond (denk aan de druk op wortels onder de boom). Bij de plaatsing moet in de toekomst geschouwd worden (denk aan een kantelpunt waarna het ondersteunde deel alsnog zou kunnen afbreken). Tenslotte wordt de stut verbonden aan de boom (denk aan de frictie of drukpunten die ontstaan). Daar zit een volgende crux: de verbinding met de boom zet de boom 'vast'. We kennen de krachten niet die een boom ondervindt door een stut: vervormen, verzwakken, afknellen, alsnog breken.
Henry Kuppen sluit af met het uitgangspunt dat stutten kan, maar dat daarbij frequent gecontroleerd moet worden. "Je hebt immers een chronische patiënt gecreëerd die niet meer zonder zorg van de mens kan."
Wat de dryade daarvan vindt
Dusty Miller XIV is een Britse bomensjamaan. In zijn traditie wordt de wijsheid van bomen van generatie op generatie doorgegeven. Deze familielijn heeft zich de vaardigheid eigen gemaakt om met het bezielde deel van bomen te communiceren. Ze noemen dit deel de dryade.
We vertelden Dusty over het artikel en vroegen hem naar hoe de dryade naar stutten kijkt. Dusty zegt dat de dryaden het niet zo heel respectvol vinden, om ongevraagd in te grijpen in hun groeiproces. Ze begrijpen dat de twee-beners het goed bedoelen, maar stutten vinden ze niet fijn. Het beperkt hun toegang tot vrij bewegen. Over het algemeen komt het verzoek om stutten van de landeigenaar. De bomen zelf hebben geen wens of noodzaak tot ondersteuning. Dat gezegd zijnde, hebben de dryaden wel in de gaten dat het stutten een teken is van interesse en genegenheid. Dát vinden ze wel oké.
CW/sept26
/|\

